Verschillen tussen Advaita en Ashtanga Filosofie

Advaita en Ashtanga (Yoga) zijn twee van de populaire oude Indiase filosofieën. Advaita is bekend geworden door Adi Shankra – ook wel bekend als Shankracharya – in de 8e eeuw. Ashtanga is een dualistische filosofie geformuleerd door Maharishi Patanjali ongeveer drie duizend jaar geleden. Ondanks dat de twee filosofieën goed op elkaar aansluiten, hebben ze enkele belangrijke verschillen.

Advaita Yoga Filosofie

Advaita (letterlijk non-dualisme) is een non-dualistische filosofie waarbij de individuele ziel als één wordt gezien en gelijkwaardig wordt gesteld aan de Allerhoogste ziel. Hoewel de individuen verschillende en unieke wezens lijken, zijn ze allen onderdeel van het universum. Er worden verschillende analogieën gebruikt om deze theorie toe te lichten, zo is er een voorbeeld van een spin die een web maakt, het web opeet en vervolgens weer een nieuw web maakt. De spin en het web zijn eigenlijk één, ook al lijkt het alsof het gaat om twee aparte entiteiten. Het web komt van de spin en gaat terug naar de spin. Hier kan de spin worden vergeleken met het universum en het web met de Prakriti of de manifestatie van het universum.

Deze theorie licht toe dat de ultieme zelf, oftewel het universum, de creator van alle creaties is. Alle creaties zijn gemanifesteerd in het universum dat vrij is van elke identiteit of actie. Het heeft geen vorm en is oneindig, vrij van uitsterven. Dit wordt beschreven in het volgende vers:

‘Ik ben niet mijn naam, vorm of actie.
Ik ben van nature altijd vrij!
Ik ben zelf, de allerhoogste ongeconditioneerde Brahman.
Ik ben het pure brein, altijd non duaal.— Adi Shankara, Upadesasahasri 11.7,

Advaita verklaart dat Avidya (onwetendheid) van de kennis van de ziel en de Allerhoogste ziel de oorzaak is van al het lijden. Het ultieme doel van een individueel ziel is om de kennis van zijn ware identiteit en de kennis van de Allerhoogste ziel te realiseren. Wanneer deze kennis wordt gerealiseerd, verliest het zijn individuele identiteit en wordt het één met de Allerhoogste ziel. Deze kennis kan worden bereikt door het belopen van het pad van Jnana (Gyan) Yoga.

Jnana (Gyan) Yoga

Jnana(Gyana) yoga heeft vier fasen, in de onderstaande volgorde:

  1. Vivek (Onderscheidend vermogen) – Het vermogen om het verschil te onderkennen tussen wat echt is en wat niet echt is en tussen permanent en niet-permanent.
  2. Vairagya (Bevrijding van alle passie) – Het loslaten van hetgeen wat niet echt is. In deze fase verdwijnt de gehechtheid aan al het onechte en is er alleen sprake van gehechtheid aan het enige dat echt is, je oneindige ziel.
  3. Shatsampat (Beheersing van de zes deugden)- In deze fase beschik je over de controle van de volgende zes deugden: geestelijk evenwicht, zelfbeheersing, dissociatie, uithoudingsvermogen, geloof en aandacht.
  4. Mumukshatva (Het intense verlangen naar bevrijding, moksha genoemd) – In deze laatste fase is er enkel één verlangen, namelijk het verlangen naar de bevrijding van de cirkel van het leven en de dood en bevrijding van de cirkel van karma.

Verschillen tussen Advaita en Ashtanga Filosofie

Patanjali’s Raja Yoga (Ashtanga Yoga filosofie)

Ashtanga (letterlijk acht ledematen) is een dualistische filosofie. Deze filosofie verklaart het bestaan van Purusha (Kosmisch Bewustzijn) en Prakriti (Gemanifesteerde Natuur). Volgens deze filosofie is Purusha, of de individuele ziel, verblind door Prakriti en relateert hij zichzelf met identiteiten als lichaam, geest, persoonlijkheid, enzovoorts. Deze illusie zorgt voor vijf soorten kleshas (aandoeningen) welke voortkomen uit ongelukkigheid en zorgen. Deze vijf activiteiten zijn:

  1. Onwetendheid – Deze activiteit wordt gecreëerd wanneer de Zelf niet bewust is van de werkelijkheid en zijn ware identiteit. Hij relateert zichzelf met het lichaam, de zintuigen of de geest. Hij is niet bewust van het onderscheid van de eeuwige aard van de ziel.
  2. Gehechtheid –Wanneer de Zelf gehecht raakt aan genoegens en verlangens van het lichaam, de zintuigen en de geest, is lijden onvermijdelijk. Wanneer er niet wordt voldaan aan de verlangens en de genoegens niet worden vervuld, lijdt de Zelf aan pijn en verdriet.
  3. Ego – Als gevolg van onwetendheid van de werkelijkheid ontwikkelt de Zelf ‘Ikheid’. Het creëert verschillende ideeën over zichzelf, zijn voorkeuren, zijn afkeren, enzovoorts. Wanneer iets niet met deze ideeën overeenkomt, ontstaat er pijn en lijden. Elke waarneming is beïnvloed door het ego. Het leidt de Zelf tot het zien wat het wilt zien en houdt het weg van het realiseren van de werkelijkheid.
  4. Haat – Door de ideeën die ontstaan door het ego ontwikkelt de Zelf haat tot hetgeen waar zijn afkeer naar uitgaat. Als gevolg van beperkte controle op de interne en externe factoren, is de Zelf niet in staat om controle uit te oefenen op zijn haatinachtneming. Deze haat veroorzaakt lijden en pijn.
  5. Angst voor de dood – Doordat de Zelf zichzelf relateert aan het sterfelijk lichaam, gelooft het in het beperkte bestaan van het lichaam. Het gelooft dat de dood van het lichaam zijn bestaan zal eindigen. Daarom vreest de Zelf de dood en door de kennis over het sterfelijk lichaam is angst voor de dood onvermijdelijk, wat zorgt voor pijn en lijden.

Patanjali legt uit dat wanneer de Zelf, of de individuele ziel, bewust wordt van zijn werkelijkheid – die verschilt van het lichaam en andere entiteiten – alle vijf aandoeningen worden afgewerkt. Dit leidt tot de ultieme fase van Samadhi waar Purusha (Zelf) wordt bevrijd van alle illusie (Maya) gecreëerd door Prakrati.

Patanjali legt de praktijk van acht principes toe om bevrijd te raken van de vijf verstoringen en de staat van Samadhi te bereiken. Samadhi is de opperste staat, het uiteindelijke doel. Na het bereiken van Samadhi bereikt de ziel vrijheid van de illusie van Prakriti en bereikt het Moksha, de staat van eeuwige gelukzaligheid.

Het achtvoudige pad van Ashtanga Yoga

De acht principes, of ledematen, van Ashtanga Yoga zijn:

  • Yam – Yam zijn de kwaliteiten die we van nature ontwikkelen. Patanjali licht vijf van deze kwaliteiten toe:
  1. Ahimsa (Geweldloosheid) – Ahimsa staat voor het niet schaden van jezelf of een ander persoon op geestelijke, lichamelijke of verbale wijze.
  2. Satya (Waarheid) – Satya is het verlangen de waarheid te vinden, te spreken en te leven. De persoonlijke waarheid wordt niet als de waarheid beschouwd, alleen de universele of volledige waarheid wordt geaccepteerd als de waarheid.
  3. Asteya (Niet stelen) – Asteya is het niet nemen van iets wat niet van jou is of iets wat je niet hebt verdiend. Ook het profiteren van een situatie om de verkeerde redenen valt hier onder.
  4. Brahmacharya (Niet zwichten voor verleiding) –Brahmacharya is het niet overgeven aan het zinnelijk genot van de vijf zintuigen. Toegeeflijk gedrag wordt beschouwd als dierlijk en tamasic (duister) gedrag. Verwennerij gecreëerd door de zintuigen sluit ons verstand af en vernietigt ons gevoel of gerechtheid.
  5. Aparigraha (Niet hechten aan bezittingen) – Aparigraha staat voor het niet nemen of niet collecteren van meer dat je eigenlijk nodig hebt. Men neemt of verzamelt meestal vanwege het ego, gehechtheid, hebzucht of onzekerheid.
  • Niyam – Niyam zijn de gewoonten die we ontwikkelen in het dagelijks leven en dienen elke dag, zonder uitzondering, worden uitgevoerd. Deze vijf gewoonten zijn:
  1. Shaucha (Lichamelijke reiniging) – Shaucha verwijst naar lichamelijke, geestelijke en intentionele reiniging. Lichamelijke reiniging wordt gerealiseerd door het nemen van een douche, naar het toilet gaan, tanden poetsen, enzovoorts. Geestelijke en intentionele reiniging wordt gerealiseerd door gebeden, reflecteren, enzovoorts.
  2. Santosh (Tevredenheid) – Santosh is tevreden zijn met wat je hebt terwijl je werkt voor wat je wilt. Deze gewoonte helpt ons bij het ontwikkelen van dankbaarheid en geduld.
  3. Tapas (Zelfbeheersing) – Tapas is de zelfbeheersing voor het doel van purificatie en het ontwikkelen van wilskracht. Het beoefenen van Tapas kan ervoor zorgen om van een slechte gewoonte af te komen of helpen bij het ontwikkelen van discipline.
  4. Ishwara Pranidhan (Overgave aan een hogere macht) – Iswara verwijst hier naar het persoonlijke idee van de hoogste goddelijkheid. Deze goddelijkheid zal op elk moment worden herinnerd, zowel in goede als in slechte tijden en niet alleen tijdens de goede tijden en vergeten worden in de slechte tijden.
  5. Swadhyaya (Zelfstudie) – Swadhyaya staat voor een specifieke periode van tijd die elke dag wordt besteed aan zelfstudie. Dit kan het lezen van een spiritueel boek zijn, reflecteren, luisteren naar een spirituele lezing, enzovoorts.
  • Asana – Asana staat voor een stabiele en comfortabele houding voor de zuivering van het lichaam. Er zijn ongeveer 84 yoga asanas beschreven die het lichaam helpen te reinigen en te zuiveren door verbetering van de werking van de interne organen, gewrichten en spieren. Het beoefenen van asanas houdt het lichaam vrij van ziekten en vermoeidheid.
  • Pranayama – Prana verwijst naar de vitale levenskracht die ons levend en energiek houdt. We ontvangen Prana door middel van ademhaling, voeding, water en omgeving, echter zijn we niet in staat om het goed te onderhouden. Pranayama verwijst naar de oefening om controle uit te oefenen op Prana, hierdoor wordt de capaciteit van de hoeveelheid Prana het lichaam vergroot en kan er controle worden uitgeoefend op de geest en het lichaam.
  • Pratyahar – Pratyahar verwijst naar het toenemen van de controle over de vijf zingtuigen, voelen, proeven, ruiken, horen en zien. Deze vijf zintuigen zijn altijd hongerig voor input en erg actief. Hierdoor wordt de geest verstoord en dwaalt het af. Er zijn oefeningen om de controle over de vijf zintuigen te behouden, zodat de geest uiteindelijk kan worden gestuurd.
  • Dharana – Dharana is de beoefening van concentratie om controle over de geest uit te oefenen. De geest is altijd aan het dwalen in verscheidene gedachten en springt van hak op tak, de ene gedachte na de andere. Het is erg moeilijk om de geest te focussen op één punt, echter kan Dharana helpen de controle te behouden en de geest gefocust houden op één punt.
  • Dhyan – Dhyan is de fase waarin we in staat zijn onze ware zelf te zien. Door het praktiseren van meditatie op de ware zelf zijn we in staat de separatie van het lichaam te zien en de geest van de ziel te onderscheiden.
  • Samadhi – Samadhi is de laatste fase waar de zelf de Maya overstijgt en wordt bevrijd van alle illusie.

Conclusie

Ook al zijn er grote verschillen tussen beide filosofieën van dualiteit en non dualiteit, toch zijn er ook vergelijkingen te vinden. Zoals het concept van Maya, karma, de Zelf, reïncarnatie, Moksha, maar ook het onderscheid van ziel, geest en het lichaam. Beide suggereren dat het noodzakelijk is om de zintuigen, het lichaam en de geest te beheersen om de realiteit van de Zelf te begrijpen. Het verschil van tussen de filosofieën ligt bij het realiseren van de realiteit door de Zelf. Advaita gelooft dat de ziel deel is van één superziel en wanneer dit gerealiseerd wordt, het hiermee zal samenvoegen en onderdeel wordt van het universum. Terwijl Patanjali gelooft dat elke ziel uniek is en wanneer dit gerealiseerd wordt, de ziel naar Moksha gaat en voor eeuwig blijft, vrij van de illusie van tijd, ruimte en reden.

Leave a Reply